| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 73,9% | 65,4% |
| 2021 | 77,8% | 68,7% |
| 2022 | 78,9% | 67,6% |
| 2023 | 80,5% | 69,5% |
| 2024 | 80,4% | 71,3% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1021000, indicator TelevisieKijken_21.
De meetreeks voor 4e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Televisie kijken’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (73,9%), 2021 (77,8%), 2022 (78,9%), 2023 (80,5%), 2024 (80,4%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen 4e 25%-groep met +6,5 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +5,9 procentpunt, van 65,4 procent naar 71,3 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2020 en 2021 (+3,9 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep van 78,6 procent tot 82 procent. De breedte van 3,4 procentpunt hoort bij de schatting van 80,4 procent.
Televisie kijken bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 3e 25%-groep met 74 procent het dichtst bij 4e 25%-groep (80,4 procent). De afstand tot 1e 25%-groep op 60 procent bedraagt 20,4 procentpunt; tot 3e 25%-groep op 74 procent is de afstand 6,4 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 0 andere groepen boven 80,4 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 4e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 4e 25%-groep ligt online series en films kijken op 81,1 procent, en online nieuws lezen op 81,3 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 45,2 procent. Tegenover 80,4 procent voor ‘Televisie kijken’ levert dat een afstand op van 35,2 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij online series en films kijken komt ook voor in ‘Televisie kijken’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 4e 25%-groep via de twee middelen samen 161,5 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 4e 25%-groep hoort bij online series en films kijken: 81,1 procent voor de groep en 70 procent voor alle personen samen. Bij internet thuis bedraagt dat verschil +1,2 procentpunt. Voor ‘Televisie kijken’ is de afstand +9,1 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep zou je daarom een advertentie die ook op afstand te begrijpen is apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: bekijk het beeld op normale kijkafstand en schrijf op wanneer merk en aanbod herkenbaar worden. De concrete tegenproef is een aanbod waarvan de voorwaarden alleen klein in beeld staan. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 4e 25%-groep: 80,4 procent bij ‘Televisie kijken’, 81,1 procent bij online series en films kijken. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.



