| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 49,4% | 51,9% |
| 2021 | 47,6% | 51,2% |
| 2022 | 49,7% | 51,4% |
| 2023 | 49,3% | 50,7% |
| 2024 | 50% | 49,2% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1020970, indicator SpelletjesSpelenOfDownloaden_24.
De meetreeks voor 1e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Spelletjes spelen of downloaden’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (49,4%), 2021 (47,6%), 2022 (49,7%), 2023 (49,3%), 2024 (50%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen 1e 25%-groep met +0,6 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering -2,7 procentpunt, van 51,9 procent naar 49,2 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2021 en 2022 (+2,1 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep van 46,5 procent tot 53,5 procent. De breedte van 7 procentpunt hoort bij de schatting van 50 procent.
Spelletjes spelen of downloaden bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 3e 25%-groep met 50,2 procent het dichtst bij 1e 25%-groep (50 procent). De afstand tot 4e 25%-groep op 47,8 procent bedraagt 2,2 procentpunt; tot 3e 25%-groep op 50,2 procent is de afstand 0,2 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 1 andere groepen boven 50 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 1e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 1e 25%-groep ligt andere mobiele apparaten op 53,4 procent, en internet op een tablet op 40,3 procent. De groep rapporteert voor internet thuis 97,1 procent. Tegenover 50 procent voor ‘Spelletjes spelen of downloaden’ levert dat een afstand op van 47,1 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij andere mobiele apparaten komt ook voor in ‘Spelletjes spelen of downloaden’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 1e 25%-groep via de twee middelen samen 103,4 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 1e 25%-groep hoort bij online televisie kijken: 60 procent voor de groep en 71,3 procent voor alle personen samen. Bij sociale netwerken gebruiken bedraagt dat verschil -0,6 procentpunt. Voor ‘Spelletjes spelen of downloaden’ is de afstand +0,8 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep zou je daarom een interactieve productkeuze met een duidelijke uitgang apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: onderbreek de keuze halverwege en controleer hoe iemand de gewone productinformatie weer bereikt. De concrete tegenproef is een spelelement dat de prijs van het echte product verbergt. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 1e 25%-groep: 50 procent bij ‘Spelletjes spelen of downloaden’, 53,4 procent bij andere mobiele apparaten. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




