| Jaar | Leeftijd: 65 tot 75 jaar | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 32,3% | 64,3% |
| 2021 | 37,9% | 67,7% |
| 2022 | 38,1% | 67,5% |
| 2023 | 44,1% | 70,7% |
| 2024 | 38,2% | 70% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 53925, indicator ProgrammaSFilmsOfSeriesKijken_23.
De meetreeks voor 65 tot 75 jaar
Voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar geeft de beschikbare reeks bij ‘Programma’s, films of series kijken ’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (32,3%), 2021 (37,9%), 2022 (38,1%), 2023 (44,1%), 2024 (38,2%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen 65 tot 75 jaar met +5,9 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +5,7 procentpunt, van 64,3 procent naar 70 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+6 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar van 34,7 procent tot 41,8 procent. De breedte van 7,1 procentpunt hoort bij de schatting van 38,2 procent.
Programma’s, films of series kijken bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 75 jaar of ouder met 21,5 procent het dichtst bij 65 tot 75 jaar (38,2 procent). De afstand tot 75 jaar of ouder op 21,5 procent bedraagt 16,7 procentpunt; tot 25 tot 35 jaar op 93,3 procent is de afstand 55,1 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 5 andere groepen boven 38,2 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 65 tot 75 jaar is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 65 tot 75 jaar ligt andere mobiele apparaten op 37,8 procent, en internet op een desktop op 39 procent. De groep rapporteert voor internet thuis 98,7 procent. Tegenover 38,2 procent voor ‘Programma’s, films of series kijken ’ levert dat een afstand op van 60,5 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij andere mobiele apparaten komt ook voor in ‘Programma’s, films of series kijken ’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 65 tot 75 jaar via de twee middelen samen 76 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 65 tot 75 jaar hoort bij online muziek luisteren: 48,7 procent voor de groep en 74,3 procent voor alle personen samen. Bij online gezondheidsinformatie zoeken bedraagt dat verschil -0,2 procentpunt. Voor ‘Programma’s, films of series kijken ’ is de afstand -31,8 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar zou je daarom een lange uitleg opdelen in zelfstandig kijkbare hoofdstukken apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat iemand via de hoofdstuktitels direct de passage over de kosten terugvinden. De concrete tegenproef is een titelbeeld zonder aanwijzing waar het verhaal naartoe gaat. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 65 tot 75 jaar: 38,2 procent bij ‘Programma’s, films of series kijken ’, 37,8 procent bij andere mobiele apparaten. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




