| Jaar | Leeftijd: 45 tot 55 jaar | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 71,9% | 64,3% |
| 2021 | 76% | 67,7% |
| 2022 | 74,8% | 67,5% |
| 2023 | 76,3% | 70,7% |
| 2024 | 77,9% | 70% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 53800, indicator ProgrammaSFilmsOfSeriesKijken_23.
De meetreeks voor 45 tot 55 jaar
Voor Leeftijd: 45 tot 55 jaar geeft de beschikbare reeks bij ‘Programma’s, films of series kijken ’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (71,9%), 2021 (76%), 2022 (74,8%), 2023 (76,3%), 2024 (77,9%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen 45 tot 55 jaar met +6 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +5,7 procentpunt, van 64,3 procent naar 70 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2020 en 2021 (+4,1 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 45 tot 55 jaar van 74,9 procent tot 80,7 procent. De breedte van 5,8 procentpunt hoort bij de schatting van 77,9 procent.
Programma’s, films of series kijken bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 35 tot 45 jaar met 84,4 procent het dichtst bij 45 tot 55 jaar (77,9 procent). De afstand tot 75 jaar of ouder op 21,5 procent bedraagt 56,4 procentpunt; tot 25 tot 35 jaar op 93,3 procent is de afstand 15,4 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 3 andere groepen boven 77,9 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 45 tot 55 jaar is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 45 tot 55 jaar ligt online televisie kijken op 78,8 procent, en sociale netwerken gebruiken op 80,6 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 36,4 procent. Tegenover 77,9 procent voor ‘Programma’s, films of series kijken ’ levert dat een afstand op van 41,5 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij online televisie kijken komt ook voor in ‘Programma’s, films of series kijken ’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 45 tot 55 jaar via de twee middelen samen 156,7 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 45 tot 55 jaar hoort bij goederen of diensten online verkopen: 49,9 procent voor de groep en 38,9 procent voor alle personen samen. Bij internet thuis bedraagt dat verschil +0,7 procentpunt. Voor ‘Programma’s, films of series kijken ’ is de afstand +7,9 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 45 tot 55 jaar zou je daarom een lange uitleg opdelen in zelfstandig kijkbare hoofdstukken apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat iemand via de hoofdstuktitels direct de passage over de kosten terugvinden. De concrete tegenproef is een titelbeeld zonder aanwijzing waar het verhaal naartoe gaat. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 45 tot 55 jaar: 77,9 procent bij ‘Programma’s, films of series kijken ’, 78,8 procent bij online televisie kijken. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.



