| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 55,8% | 64,3% |
| 2021 | 55,3% | 67,7% |
| 2022 | 54,6% | 67,5% |
| 2023 | 60,2% | 70,7% |
| 2024 | 61% | 70% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1020970, indicator ProgrammaSFilmsOfSeriesKijken_23.
De meetreeks voor 1e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Programma’s, films of series kijken ’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (55,8%), 2021 (55,3%), 2022 (54,6%), 2023 (60,2%), 2024 (61%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen 1e 25%-groep met +5,2 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +5,7 procentpunt, van 64,3 procent naar 70 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+5,6 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep van 57,6 procent tot 64,4 procent. De breedte van 6,8 procentpunt hoort bij de schatting van 61 procent.
Programma’s, films of series kijken bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 2e 25%-groep met 63 procent het dichtst bij 1e 25%-groep (61 procent). De afstand tot 2e 25%-groep op 63 procent bedraagt 2 procentpunt; tot 4e 25%-groep op 81,1 procent is de afstand 20,1 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 3 andere groepen boven 61 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 1e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 1e 25%-groep ligt online televisie kijken op 60 procent, en online nieuws lezen op 62,1 procent. De groep rapporteert voor internet thuis 97,1 procent. Tegenover 61 procent voor ‘Programma’s, films of series kijken ’ levert dat een afstand op van 36,1 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij online televisie kijken komt ook voor in ‘Programma’s, films of series kijken ’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 1e 25%-groep via de twee middelen samen 121 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 1e 25%-groep hoort bij online televisie kijken: 60 procent voor de groep en 71,3 procent voor alle personen samen. Bij sociale netwerken gebruiken bedraagt dat verschil -0,6 procentpunt. Voor ‘Programma’s, films of series kijken ’ is de afstand -9 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep zou je daarom een lange uitleg opdelen in zelfstandig kijkbare hoofdstukken apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat iemand via de hoofdstuktitels direct de passage over de kosten terugvinden. De concrete tegenproef is een titelbeeld zonder aanwijzing waar het verhaal naartoe gaat. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 1e 25%-groep: 61 procent bij ‘Programma’s, films of series kijken ’, 60 procent bij online televisie kijken. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.


