| Jaar | Leeftijd: 65 tot 75 jaar | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 95,4% | 95,6% |
| 2021 | 96,3% | 97% |
| 2022 | 96% | 96,8% |
| 2023 | 98,2% | 97,8% |
| 2024 | 98,7% | 98,5% |
| 2025 | 98,8% | 98,3% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 53925, indicator ToegangTotInternetThuis_1.
De meetreeks voor 65 tot 75 jaar
Voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar geeft de beschikbare reeks bij ‘Toegang tot internet thuis’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (95,4%), 2021 (96,3%), 2022 (96%), 2023 (98,2%), 2024 (98,7%), 2025 (98,8%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 65 tot 75 jaar met +3,4 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +2,7 procentpunt, van 95,6 procent naar 98,3 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+2,2 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar van 98 procent tot 99,3 procent. De breedte van 1,3 procentpunt hoort bij de schatting van 98,8 procent.
Toegang tot internet thuis bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 55 tot 65 jaar met 99 procent het dichtst bij 65 tot 75 jaar (98,8 procent). De afstand tot 75 jaar of ouder op 90 procent bedraagt 8,8 procentpunt; tot 35 tot 45 jaar op 99,6 procent is de afstand 0,8 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 5 andere groepen boven 98,8 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 65 tot 75 jaar is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 65 tot 75 jaar ligt dagelijks internetgebruik op 94,3 procent, en e-mail gebruiken op 94,3 procent. De groep rapporteert voor goederen of diensten online verkopen 28,9 procent. Tegenover 98,8 procent voor ‘Toegang tot internet thuis’ levert dat een afstand op van 69,9 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij dagelijks internetgebruik komt ook voor in ‘Toegang tot internet thuis’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 65 tot 75 jaar via de twee middelen samen 193,1 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 65 tot 75 jaar hoort bij andere mobiele apparaten: 42,5 procent voor de groep en 59,8 procent voor alle personen samen. Bij online gezondheidsinformatie zoeken bedraagt dat verschil -0,1 procentpunt. Voor ‘Toegang tot internet thuis’ is de afstand +0,5 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar zou je daarom een routebeschrijving die je vooraf kunt opslaan apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat op de printversie het huisnummer en de ingang staan. De concrete tegenproef is een bezoeker die onderweg geen verbinding heeft. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 65 tot 75 jaar: 98,8 procent bij ‘Toegang tot internet thuis’, 94,3 procent bij dagelijks internetgebruik. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




