| Jaar | Leeftijd: 55 tot 65 jaar | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 95,8% | 95,6% |
| 2021 | 99,1% | 97% |
| 2022 | 98,7% | 96,8% |
| 2023 | 99,3% | 97,8% |
| 2024 | 99,1% | 98,5% |
| 2025 | 99% | 98,3% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 53900, indicator ToegangTotInternetThuis_1.
De meetreeks voor 55 tot 65 jaar
Voor Leeftijd: 55 tot 65 jaar geeft de beschikbare reeks bij ‘Toegang tot internet thuis’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (95,8%), 2021 (99,1%), 2022 (98,7%), 2023 (99,3%), 2024 (99,1%), 2025 (99%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 55 tot 65 jaar met +3,2 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +2,7 procentpunt, van 95,6 procent naar 98,3 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2020 en 2021 (+3,3 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 55 tot 65 jaar van 98,2 procent tot 99,5 procent. De breedte van 1,3 procentpunt hoort bij de schatting van 99 procent.
Toegang tot internet thuis bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 65 tot 75 jaar met 98,8 procent het dichtst bij 55 tot 65 jaar (99 procent). De afstand tot 75 jaar of ouder op 90 procent bedraagt 9 procentpunt; tot 35 tot 45 jaar op 99,6 procent is de afstand 0,6 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 4 andere groepen boven 99 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 55 tot 65 jaar is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 55 tot 65 jaar ligt dagelijks internetgebruik op 98,4 procent, en internet op een smartphone op 98,2 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 42,7 procent. Tegenover 99 procent voor ‘Toegang tot internet thuis’ levert dat een afstand op van 56,3 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij dagelijks internetgebruik komt ook voor in ‘Toegang tot internet thuis’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 55 tot 65 jaar via de twee middelen samen 197,4 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 55 tot 65 jaar hoort bij online nieuws lezen: 82,9 procent voor de groep en 75 procent voor alle personen samen. Bij online gezondheidsinformatie zoeken bedraagt dat verschil +0,6 procentpunt. Voor ‘Toegang tot internet thuis’ is de afstand +0,7 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 55 tot 65 jaar zou je daarom een routebeschrijving die je vooraf kunt opslaan apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat op de printversie het huisnummer en de ingang staan. De concrete tegenproef is een bezoeker die onderweg geen verbinding heeft. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 55 tot 65 jaar: 99 procent bij ‘Toegang tot internet thuis’, 98,4 procent bij dagelijks internetgebruik. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.


