| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 29% | 33% |
| 2021 | 33,8% | 38,2% |
| 2022 | 31,8% | 37,1% |
| 2023 | 31,6% | 37,1% |
| 2024 | 35,2% | 38,9% |
| 2025 | 37,1% | 41,7% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1020980, indicator VerkopenGoederenOfDiensten_26.
De meetreeks voor 2e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Verkopen goederen of diensten’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (29%), 2021 (33,8%), 2022 (31,8%), 2023 (31,6%), 2024 (35,2%), 2025 (37,1%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 2e 25%-groep met +8,1 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +8,7 procentpunt, van 33 procent naar 41,7 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2020 en 2021 (+4,8 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep van 34,5 procent tot 39,8 procent. De breedte van 5,3 procentpunt hoort bij de schatting van 37,1 procent.
Verkopen goederen of diensten bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 1e 25%-groep met 30,3 procent het dichtst bij 2e 25%-groep (37,1 procent). De afstand tot 1e 25%-groep op 30,3 procent bedraagt 6,8 procentpunt; tot 4e 25%-groep op 50,2 procent is de afstand 13,1 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 2 andere groepen boven 37,1 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 2e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 2e 25%-groep ligt internet op een desktop op 32,7 procent, en internet op een tablet op 44,1 procent. De groep rapporteert voor internet thuis 97,9 procent. Tegenover 37,1 procent voor ‘Verkopen goederen of diensten’ levert dat een afstand op van 60,8 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij internet op een desktop komt ook voor in ‘Verkopen goederen of diensten’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 2e 25%-groep via de twee middelen samen 69,8 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 2e 25%-groep hoort bij andere mobiele apparaten: 51,5 procent voor de groep en 59,8 procent voor alle personen samen. Bij internet thuis bedraagt dat verschil -0,4 procentpunt. Voor ‘Verkopen goederen of diensten’ is de afstand -4,6 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep zou je daarom een aanbiedformulier waarin de eigenaar bepaalt wat openbaar wordt apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: bekijk met een proefaanbieder het openbare voorbeeld vóór de knop voor insturen. De concrete tegenproef is een privécontactgegeven dat per ongeluk in een advertentie belandt. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 2e 25%-groep: 37,1 procent bij ‘Verkopen goederen of diensten’, 32,7 procent bij internet op een desktop. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.


