| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 27,8% | 33% |
| 2021 | 32,4% | 38,2% |
| 2022 | 27,7% | 37,1% |
| 2023 | 31,5% | 37,1% |
| 2024 | 29,9% | 38,9% |
| 2025 | 30,3% | 41,7% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1020970, indicator VerkopenGoederenOfDiensten_26.
De meetreeks voor 1e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Verkopen goederen of diensten’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (27,8%), 2021 (32,4%), 2022 (27,7%), 2023 (31,5%), 2024 (29,9%), 2025 (30,3%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 1e 25%-groep met +2,5 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +8,7 procentpunt, van 33 procent naar 41,7 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2021 en 2022 (-4,7 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep van 27,2 procent tot 33,6 procent. De breedte van 6,4 procentpunt hoort bij de schatting van 30,3 procent.
Verkopen goederen of diensten bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 2e 25%-groep met 37,1 procent het dichtst bij 1e 25%-groep (30,3 procent). De afstand tot 2e 25%-groep op 37,1 procent bedraagt 6,8 procentpunt; tot 4e 25%-groep op 50,2 procent is de afstand 19,9 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 3 andere groepen boven 30,3 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 1e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 1e 25%-groep ligt internet op een desktop op 26,9 procent, en internet op een tablet op 38,7 procent. De groep rapporteert voor internet thuis 96 procent. Tegenover 30,3 procent voor ‘Verkopen goederen of diensten’ levert dat een afstand op van 65,7 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij internet op een desktop komt ook voor in ‘Verkopen goederen of diensten’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 1e 25%-groep via de twee middelen samen 57,2 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 1e 25%-groep hoort bij internet op een laptop: 61,2 procent voor de groep en 73,3 procent voor alle personen samen. Bij internet thuis bedraagt dat verschil -2,3 procentpunt. Voor ‘Verkopen goederen of diensten’ is de afstand -11,4 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep zou je daarom een aanbiedformulier waarin de eigenaar bepaalt wat openbaar wordt apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: bekijk met een proefaanbieder het openbare voorbeeld vóór de knop voor insturen. De concrete tegenproef is een privécontactgegeven dat per ongeluk in een advertentie belandt. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 1e 25%-groep: 30,3 procent bij ‘Verkopen goederen of diensten’, 26,9 procent bij internet op een desktop. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.



