| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 94,6% | 86,1% |
| 2021 | 95,4% | 87,7% |
| 2022 | 95,5% | 88,6% |
| 2023 | 98,1% | 93,8% |
| 2024 | 98,9% | 95,4% |
| 2025 | 98,2% | 94,8% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1021000, indicator TekstberichtjesVersturenWhatsApp_15.
De meetreeks voor 4e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (94,6%), 2021 (95,4%), 2022 (95,5%), 2023 (98,1%), 2024 (98,9%), 2025 (98,2%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 4e 25%-groep met +3,6 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +8,7 procentpunt, van 86,1 procent naar 94,8 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+2,6 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep van 97,5 procent tot 98,7 procent. De breedte van 1,2 procentpunt hoort bij de schatting van 98,2 procent.
Tekstberichtjes versturen (WhatsApp) bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 3e 25%-groep met 96,6 procent het dichtst bij 4e 25%-groep (98,2 procent). De afstand tot 1e 25%-groep op 88,5 procent bedraagt 9,7 procentpunt; tot 3e 25%-groep op 96,6 procent is de afstand 1,6 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 0 andere groepen boven 98,2 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 4e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 4e 25%-groep ligt e-mail gebruiken op 97,9 procent, en internet op een smartphone op 98,7 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 42,1 procent. Tegenover 98,2 procent voor ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’ levert dat een afstand op van 56,1 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij e-mail gebruiken komt ook voor in ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 4e 25%-groep via de twee middelen samen 196,1 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 4e 25%-groep hoort bij internet op een laptop: 83,8 procent voor de groep en 73,3 procent voor alle personen samen. Bij internet thuis bedraagt dat verschil +1,4 procentpunt. Voor ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’ is de afstand +3,4 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep zou je daarom een mobiel gesprek met een herkenbaar begin en einde apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat een collega een korte openingsvraag stellen en daarna het gesprek afsluiten. De concrete tegenproef is een tweede bericht terwijl de oorspronkelijke vraag nog openstaat. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 4e 25%-groep: 98,2 procent bij ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’, 97,9 procent bij e-mail gebruiken. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




