| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 91,4% | 86,1% |
| 2021 | 92% | 87,7% |
| 2022 | 93,2% | 88,6% |
| 2023 | 96,1% | 93,8% |
| 2024 | 97,3% | 95,4% |
| 2025 | 96,6% | 94,8% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1020990, indicator TekstberichtjesVersturenWhatsApp_15.
De meetreeks voor 3e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (91,4%), 2021 (92%), 2022 (93,2%), 2023 (96,1%), 2024 (97,3%), 2025 (96,6%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 3e 25%-groep met +5,2 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +8,7 procentpunt, van 86,1 procent naar 94,8 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+2,9 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep van 95,7 procent tot 97,3 procent. De breedte van 1,6 procentpunt hoort bij de schatting van 96,6 procent.
Tekstberichtjes versturen (WhatsApp) bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 4e 25%-groep met 98,2 procent het dichtst bij 3e 25%-groep (96,6 procent). De afstand tot 1e 25%-groep op 88,5 procent bedraagt 8,1 procentpunt; tot 4e 25%-groep op 98,2 procent is de afstand 1,6 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 1 andere groepen boven 96,6 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 3e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 3e 25%-groep ligt e-mail gebruiken op 96,1 procent, en internet op een smartphone op 97,3 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 35 procent. Tegenover 96,6 procent voor ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’ levert dat een afstand op van 61,6 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij e-mail gebruiken komt ook voor in ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 3e 25%-groep via de twee middelen samen 192,7 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 3e 25%-groep hoort bij andere mobiele apparaten: 62,8 procent voor de groep en 59,8 procent voor alle personen samen. Bij internet op een desktop bedraagt dat verschil -0,1 procentpunt. Voor ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’ is de afstand +1,8 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep zou je daarom een mobiel gesprek met een herkenbaar begin en einde apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat een collega een korte openingsvraag stellen en daarna het gesprek afsluiten. De concrete tegenproef is een tweede bericht terwijl de oorspronkelijke vraag nog openstaat. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 3e 25%-groep: 96,6 procent bij ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’, 96,1 procent bij e-mail gebruiken. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




