| Jaar | Stedelijkheid: Niet stedelijk | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 74,7% | 78,1% |
| 2021 | 75,8% | 77,9% |
| 2022 | 74,1% | 76,5% |
| 2023 | 77,6% | 81,3% |
| 2024 | 78,4% | 82,1% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1019052, indicator VideoSOfFilmpjesKijken_22.
De meetreeks voor Niet stedelijk
Voor Stedelijkheid: Niet stedelijk geeft de beschikbare reeks bij ‘Video’s of filmpjes kijken ’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (74,7%), 2021 (75,8%), 2022 (74,1%), 2023 (77,6%), 2024 (78,4%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen Niet stedelijk met +3,7 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +4 procentpunt, van 78,1 procent naar 82,1 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+3,5 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Stedelijkheid: Niet stedelijk van 74,3 procent tot 82,1 procent. De breedte van 7,8 procentpunt hoort bij de schatting van 78,4 procent.
Video’s of filmpjes kijken bij andere groepen
Binnen het kenmerk stedelijkheid staat Weinig stedelijk met 77,4 procent het dichtst bij Niet stedelijk (78,4 procent). De afstand tot Weinig stedelijk op 77,4 procent bedraagt 1 procentpunt; tot Zeer sterk stedelijk op 87 procent is de afstand 8,6 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 3 andere groepen boven 78,4 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor Niet stedelijk is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij Niet stedelijk ligt bellen via internet op 77,9 procent, en sociale netwerken gebruiken op 75,3 procent. De groep rapporteert voor goederen of diensten online verkopen 39,2 procent. Tegenover 78,4 procent voor ‘Video’s of filmpjes kijken ’ levert dat een afstand op van 39,2 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij bellen via internet komt ook voor in ‘Video’s of filmpjes kijken ’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat Niet stedelijk via de twee middelen samen 156,3 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor Niet stedelijk hoort bij internet op een laptop: 67,9 procent voor de groep en 75 procent voor alle personen samen. Bij internet op een smartphone bedraagt dat verschil 0 procentpunt. Voor ‘Video’s of filmpjes kijken ’ is de afstand -3,7 procentpunt. In een campagne voor Stedelijkheid: Niet stedelijk zou je daarom een verticale video die zonder geluid werkt apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: bekijk de eerste vijf seconden gedempt en controleer of de handeling zelfstandig duidelijk is. De concrete tegenproef is een ondertitel die door de bedieningsbalk wordt afgedekt. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor Niet stedelijk: 78,4 procent bij ‘Video’s of filmpjes kijken ’, 77,9 procent bij bellen via internet. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.



