| Jaar | Leeftijd: 75 jaar of ouder | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 28% | 78,1% |
| 2021 | 28,6% | 77,9% |
| 2022 | 30,5% | 76,5% |
| 2023 | 35,5% | 81,3% |
| 2024 | 33% | 82,1% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 21600, indicator VideoSOfFilmpjesKijken_22.
De meetreeks voor 75 jaar of ouder
Voor Leeftijd: 75 jaar of ouder geeft de beschikbare reeks bij ‘Video’s of filmpjes kijken ’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (28%), 2021 (28,6%), 2022 (30,5%), 2023 (35,5%), 2024 (33%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen 75 jaar of ouder met +5 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +4 procentpunt, van 78,1 procent naar 82,1 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+5 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 75 jaar of ouder van 29,1 procent tot 37 procent. De breedte van 7,9 procentpunt hoort bij de schatting van 33 procent.
Video’s of filmpjes kijken bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 65 tot 75 jaar met 63,4 procent het dichtst bij 75 jaar of ouder (33 procent). De afstand tot 65 tot 75 jaar op 63,4 procent bedraagt 30,4 procentpunt; tot 12 tot 25 jaar op 98 procent is de afstand 65 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 6 andere groepen boven 33 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 75 jaar of ouder is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 75 jaar of ouder ligt sociale netwerken gebruiken op 33,1 procent, en internet op een desktop op 33,2 procent. De groep rapporteert voor internet thuis 92 procent. Tegenover 33 procent voor ‘Video’s of filmpjes kijken ’ levert dat een afstand op van 59 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij sociale netwerken gebruiken komt ook voor in ‘Video’s of filmpjes kijken ’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 75 jaar of ouder via de twee middelen samen 66,1 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 75 jaar of ouder hoort bij online series en films kijken: 21,5 procent voor de groep en 70 procent voor alle personen samen. Bij internet op een tablet bedraagt dat verschil +1,8 procentpunt. Voor ‘Video’s of filmpjes kijken ’ is de afstand -49,1 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 75 jaar of ouder zou je daarom een verticale video die zonder geluid werkt apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: bekijk de eerste vijf seconden gedempt en controleer of de handeling zelfstandig duidelijk is. De concrete tegenproef is een ondertitel die door de bedieningsbalk wordt afgedekt. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 75 jaar of ouder: 33 procent bij ‘Video’s of filmpjes kijken ’, 33,1 procent bij sociale netwerken gebruiken. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.



