| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 97,4% | 95,6% |
| 2021 | 98,9% | 97% |
| 2022 | 98,6% | 96,8% |
| 2023 | 98,7% | 97,8% |
| 2024 | 99,5% | 98,5% |
| 2025 | 98,8% | 98,3% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1020990, indicator ToegangTotInternetThuis_1.
De meetreeks voor 3e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Toegang tot internet thuis’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (97,4%), 2021 (98,9%), 2022 (98,6%), 2023 (98,7%), 2024 (99,5%), 2025 (98,8%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 3e 25%-groep met +1,4 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +2,7 procentpunt, van 95,6 procent naar 98,3 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2020 en 2021 (+1,5 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep van 98,1 procent tot 99,2 procent. De breedte van 1,1 procentpunt hoort bij de schatting van 98,8 procent.
Toegang tot internet thuis bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 2e 25%-groep met 97,9 procent het dichtst bij 3e 25%-groep (98,8 procent). De afstand tot 1e 25%-groep op 96 procent bedraagt 2,8 procentpunt; tot 4e 25%-groep op 99,7 procent is de afstand 0,9 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 1 andere groepen boven 98,8 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 3e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 3e 25%-groep ligt dagelijks internetgebruik op 97,5 procent, en internet op een smartphone op 97,3 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 35 procent. Tegenover 98,8 procent voor ‘Toegang tot internet thuis’ levert dat een afstand op van 63,8 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij dagelijks internetgebruik komt ook voor in ‘Toegang tot internet thuis’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 3e 25%-groep via de twee middelen samen 196,3 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 3e 25%-groep hoort bij andere mobiele apparaten: 62,8 procent voor de groep en 59,8 procent voor alle personen samen. Bij internet op een desktop bedraagt dat verschil -0,1 procentpunt. Voor ‘Toegang tot internet thuis’ is de afstand +0,5 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep zou je daarom een routebeschrijving die je vooraf kunt opslaan apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat op de printversie het huisnummer en de ingang staan. De concrete tegenproef is een bezoeker die onderweg geen verbinding heeft. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 3e 25%-groep: 98,8 procent bij ‘Toegang tot internet thuis’, 97,5 procent bij dagelijks internetgebruik. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




