| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 93,7% | 95,6% |
| 2021 | 95,5% | 97% |
| 2022 | 95,6% | 96,8% |
| 2023 | 97% | 97,8% |
| 2024 | 97% | 98,5% |
| 2025 | 97,9% | 98,3% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1020980, indicator ToegangTotInternetThuis_1.
De meetreeks voor 2e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Toegang tot internet thuis’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (93,7%), 2021 (95,5%), 2022 (95,6%), 2023 (97%), 2024 (97%), 2025 (97,9%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 2e 25%-groep met +4,2 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +2,7 procentpunt, van 95,6 procent naar 98,3 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2020 en 2021 (+1,8 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep van 96,9 procent tot 98,6 procent. De breedte van 1,7 procentpunt hoort bij de schatting van 97,9 procent.
Toegang tot internet thuis bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 3e 25%-groep met 98,8 procent het dichtst bij 2e 25%-groep (97,9 procent). De afstand tot 1e 25%-groep op 96 procent bedraagt 1,9 procentpunt; tot 4e 25%-groep op 99,7 procent is de afstand 1,8 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 2 andere groepen boven 97,9 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 2e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 2e 25%-groep ligt internet op een smartphone op 93,6 procent, en berichten uitwisselen op 93,2 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 32,7 procent. Tegenover 97,9 procent voor ‘Toegang tot internet thuis’ levert dat een afstand op van 65,2 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij internet op een smartphone komt ook voor in ‘Toegang tot internet thuis’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 2e 25%-groep via de twee middelen samen 191,5 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 2e 25%-groep hoort bij andere mobiele apparaten: 51,5 procent voor de groep en 59,8 procent voor alle personen samen. Bij sociale netwerken gebruiken bedraagt dat verschil -1 procentpunt. Voor ‘Toegang tot internet thuis’ is de afstand -0,4 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep zou je daarom een routebeschrijving die je vooraf kunt opslaan apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat op de printversie het huisnummer en de ingang staan. De concrete tegenproef is een bezoeker die onderweg geen verbinding heeft. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 2e 25%-groep: 97,9 procent bij ‘Toegang tot internet thuis’, 93,6 procent bij internet op een smartphone. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




