| Jaar | Leeftijd: 75 jaar of ouder | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 37,4% | 83,9% |
| 2021 | 48,9% | 87,2% |
| 2022 | 54,9% | 88,8% |
| 2023 | 65,6% | 94,5% |
| 2024 | 72,9% | 95,4% |
| 2025 | 71,5% | 95,5% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 21600, indicator MobieleTelefoonOfSmartphone_7.
De meetreeks voor 75 jaar of ouder
Voor Leeftijd: 75 jaar of ouder geeft de beschikbare reeks bij ‘Mobiele telefoon of smartphone’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (37,4%), 2021 (48,9%), 2022 (54,9%), 2023 (65,6%), 2024 (72,9%), 2025 (71,5%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 75 jaar of ouder met +34,1 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +11,6 procentpunt, van 83,9 procent naar 95,5 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2020 en 2021 (+11,5 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 75 jaar of ouder van 67,5 procent tot 75,2 procent. De breedte van 7,7 procentpunt hoort bij de schatting van 71,5 procent.
Mobiele telefoon of smartphone bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 65 tot 75 jaar met 93,9 procent het dichtst bij 75 jaar of ouder (71,5 procent). De afstand tot 65 tot 75 jaar op 93,9 procent bedraagt 22,4 procentpunt; tot 35 tot 45 jaar op 99,6 procent is de afstand 28,1 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 6 andere groepen boven 71,5 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 75 jaar of ouder is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 75 jaar of ouder ligt dagelijks internetgebruik op 72,6 procent, en berichten uitwisselen op 70,2 procent. De groep rapporteert voor goederen of diensten online verkopen 13,6 procent. Tegenover 71,5 procent voor ‘Mobiele telefoon of smartphone’ levert dat een afstand op van 57,9 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij dagelijks internetgebruik komt ook voor in ‘Mobiele telefoon of smartphone’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 75 jaar of ouder via de twee middelen samen 144,1 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 75 jaar of ouder hoort bij sociale netwerken gebruiken: 31,1 procent voor de groep en 76,3 procent voor alle personen samen. Bij internet op een tablet bedraagt dat verschil -0,6 procentpunt. Voor ‘Mobiele telefoon of smartphone’ is de afstand -24 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 75 jaar of ouder zou je daarom een kort aanvraagformulier op een smal scherm apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: vul met één hand een fictieve aanvraag in en verbeter één tikfout. De concrete tegenproef is een knop die achter het toetsenbord verdwijnt. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 75 jaar of ouder: 71,5 procent bij ‘Mobiele telefoon of smartphone’, 72,6 procent bij dagelijks internetgebruik. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




