| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 71,6% | 83,9% |
| 2021 | 75,2% | 87,2% |
| 2022 | 78,1% | 88,8% |
| 2023 | 88,7% | 94,5% |
| 2024 | 90,4% | 95,4% |
| 2025 | 90,1% | 95,5% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1020970, indicator MobieleTelefoonOfSmartphone_7.
De meetreeks voor 1e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Mobiele telefoon of smartphone’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (71,6%), 2021 (75,2%), 2022 (78,1%), 2023 (88,7%), 2024 (90,4%), 2025 (90,1%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 1e 25%-groep met +18,5 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +11,6 procentpunt, van 83,9 procent naar 95,5 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+10,6 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep van 87,8 procent tot 92 procent. De breedte van 4,2 procentpunt hoort bij de schatting van 90,1 procent.
Mobiele telefoon of smartphone bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 2e 25%-groep met 93,6 procent het dichtst bij 1e 25%-groep (90,1 procent). De afstand tot 2e 25%-groep op 93,6 procent bedraagt 3,5 procentpunt; tot 4e 25%-groep op 98,7 procent is de afstand 8,6 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 3 andere groepen boven 90,1 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 1e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 1e 25%-groep ligt dagelijks internetgebruik op 91,3 procent, en berichten uitwisselen op 88,5 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 26,9 procent. Tegenover 90,1 procent voor ‘Mobiele telefoon of smartphone’ levert dat een afstand op van 63,2 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij dagelijks internetgebruik komt ook voor in ‘Mobiele telefoon of smartphone’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 1e 25%-groep via de twee middelen samen 181,4 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 1e 25%-groep hoort bij internet op een laptop: 61,2 procent voor de groep en 73,3 procent voor alle personen samen. Bij internet thuis bedraagt dat verschil -2,3 procentpunt. Voor ‘Mobiele telefoon of smartphone’ is de afstand -5,4 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 1e 25%-groep zou je daarom een kort aanvraagformulier op een smal scherm apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: vul met één hand een fictieve aanvraag in en verbeter één tikfout. De concrete tegenproef is een knop die achter het toetsenbord verdwijnt. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 1e 25%-groep: 90,1 procent bij ‘Mobiele telefoon of smartphone’, 91,3 procent bij dagelijks internetgebruik. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.



