| Jaar | Leeftijd: 55 tot 65 jaar | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 88,2% | 86,9% |
| 2021 | 90,6% | 87,6% |
| 2022 | 91,9% | 89,5% |
| 2023 | 97,3% | 94,6% |
| 2024 | 97,1% | 96% |
| 2025 | 98,4% | 95,6% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 53900, indicator DagelijksGebruikInternet_6.
De meetreeks voor 55 tot 65 jaar
Voor Leeftijd: 55 tot 65 jaar geeft de beschikbare reeks bij ‘Dagelijks gebruik internet’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (88,2%), 2021 (90,6%), 2022 (91,9%), 2023 (97,3%), 2024 (97,1%), 2025 (98,4%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 55 tot 65 jaar met +10,2 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +8,7 procentpunt, van 86,9 procent naar 95,6 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+5,4 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 55 tot 65 jaar van 97,4 procent tot 98,9 procent. De breedte van 1,5 procentpunt hoort bij de schatting van 98,4 procent.
Dagelijks gebruik internet bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 45 tot 55 jaar met 98,7 procent het dichtst bij 55 tot 65 jaar (98,4 procent). De afstand tot 75 jaar of ouder op 72,6 procent bedraagt 25,8 procentpunt; tot 25 tot 35 jaar op 99,6 procent is de afstand 1,2 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 4 andere groepen boven 98,4 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 55 tot 65 jaar is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 55 tot 65 jaar ligt internet op een smartphone op 98,2 procent, en internet thuis op 99 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 42,7 procent. Tegenover 98,4 procent voor ‘Dagelijks gebruik internet’ levert dat een afstand op van 55,7 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij internet op een smartphone komt ook voor in ‘Dagelijks gebruik internet’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 55 tot 65 jaar via de twee middelen samen 196,6 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 55 tot 65 jaar hoort bij online nieuws lezen: 82,9 procent voor de groep en 75 procent voor alle personen samen. Bij online gezondheidsinformatie zoeken bedraagt dat verschil +0,6 procentpunt. Voor ‘Dagelijks gebruik internet’ is de afstand +2,8 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 55 tot 65 jaar zou je daarom de vindbaarheid van actuele openingstijden apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: wijzig de sluitingstijd op de website en vergelijk alle andere openbare vermeldingen. De concrete tegenproef is een gast die voor een gesloten deur staat. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 55 tot 65 jaar: 98,4 procent bij ‘Dagelijks gebruik internet’, 98,2 procent bij internet op een smartphone. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




