| Jaar | Leeftijd: 35 tot 45 jaar | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 94,2% | 86,9% |
| 2021 | 94,8% | 87,6% |
| 2022 | 94,7% | 89,5% |
| 2023 | 98,9% | 94,6% |
| 2024 | 99,7% | 96% |
| 2025 | 99,4% | 95,6% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 53700, indicator DagelijksGebruikInternet_6.
De meetreeks voor 35 tot 45 jaar
Voor Leeftijd: 35 tot 45 jaar geeft de beschikbare reeks bij ‘Dagelijks gebruik internet’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (94,2%), 2021 (94,8%), 2022 (94,7%), 2023 (98,9%), 2024 (99,7%), 2025 (99,4%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 35 tot 45 jaar met +5,2 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +8,7 procentpunt, van 86,9 procent naar 95,6 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+4,2 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 35 tot 45 jaar van 98,3 procent tot 99,8 procent. De breedte van 1,5 procentpunt hoort bij de schatting van 99,4 procent.
Dagelijks gebruik internet bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 25 tot 35 jaar met 99,6 procent het dichtst bij 35 tot 45 jaar (99,4 procent). De afstand tot 75 jaar of ouder op 72,6 procent bedraagt 26,8 procentpunt; tot 25 tot 35 jaar op 99,6 procent is de afstand 0,2 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 1 andere groepen boven 99,4 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 35 tot 45 jaar is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 35 tot 45 jaar ligt berichten uitwisselen op 99,4 procent, en e-mail gebruiken op 99,3 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 32,4 procent. Tegenover 99,4 procent voor ‘Dagelijks gebruik internet’ levert dat een afstand op van 67 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij berichten uitwisselen komt ook voor in ‘Dagelijks gebruik internet’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 35 tot 45 jaar via de twee middelen samen 198,8 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 35 tot 45 jaar hoort bij goederen of diensten online verkopen: 61,1 procent voor de groep en 41,7 procent voor alle personen samen. Bij internet thuis bedraagt dat verschil +1,3 procentpunt. Voor ‘Dagelijks gebruik internet’ is de afstand +3,8 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 35 tot 45 jaar zou je daarom de vindbaarheid van actuele openingstijden apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: wijzig de sluitingstijd op de website en vergelijk alle andere openbare vermeldingen. De concrete tegenproef is een gast die voor een gesloten deur staat. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 35 tot 45 jaar: 99,4 procent bij ‘Dagelijks gebruik internet’, 99,4 procent bij berichten uitwisselen. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.



