| Jaar | Leeftijd: 75 jaar of ouder | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 43,7% | 86,1% |
| 2021 | 51,1% | 87,7% |
| 2022 | 56,3% | 88,6% |
| 2023 | 64% | 93,8% |
| 2024 | 74% | 95,4% |
| 2025 | 70,2% | 94,8% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 21600, indicator TekstberichtjesVersturenWhatsApp_15.
De meetreeks voor 75 jaar of ouder
Voor Leeftijd: 75 jaar of ouder geeft de beschikbare reeks bij ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (43,7%), 2021 (51,1%), 2022 (56,3%), 2023 (64%), 2024 (74%), 2025 (70,2%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 75 jaar of ouder met +26,5 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +8,7 procentpunt, van 86,1 procent naar 94,8 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2023 en 2024 (+10 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 75 jaar of ouder van 66,1 procent tot 73,9 procent. De breedte van 7,8 procentpunt hoort bij de schatting van 70,2 procent.
Tekstberichtjes versturen (WhatsApp) bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 65 tot 75 jaar met 93,1 procent het dichtst bij 75 jaar of ouder (70,2 procent). De afstand tot 65 tot 75 jaar op 93,1 procent bedraagt 22,9 procentpunt; tot 35 tot 45 jaar op 99,4 procent is de afstand 29,2 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 6 andere groepen boven 70,2 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 75 jaar of ouder is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 75 jaar of ouder ligt internet op een smartphone op 71,5 procent, en dagelijks internetgebruik op 72,6 procent. De groep rapporteert voor goederen of diensten online verkopen 13,6 procent. Tegenover 70,2 procent voor ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’ levert dat een afstand op van 56,6 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij internet op een smartphone komt ook voor in ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 75 jaar of ouder via de twee middelen samen 141,7 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 75 jaar of ouder hoort bij sociale netwerken gebruiken: 31,1 procent voor de groep en 76,3 procent voor alle personen samen. Bij internet op een tablet bedraagt dat verschil -0,6 procentpunt. Voor ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’ is de afstand -24,6 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 75 jaar of ouder zou je daarom een mobiel gesprek met een herkenbaar begin en einde apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat een collega een korte openingsvraag stellen en daarna het gesprek afsluiten. De concrete tegenproef is een tweede bericht terwijl de oorspronkelijke vraag nog openstaat. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 75 jaar of ouder: 70,2 procent bij ‘Tekstberichtjes versturen (WhatsApp)’, 71,5 procent bij internet op een smartphone. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.



