| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 87,2% | 79% |
| 2021 | 86,9% | 78,3% |
| 2022 | 88,2% | 78,7% |
| 2023 | 87,6% | 81,3% |
| 2024 | 89,7% | 83,5% |
| 2025 | 90% | 84% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1021000, indicator BellenViaInternet_13.
De meetreeks voor 4e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Bellen via internet ’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (87,2%), 2021 (86,9%), 2022 (88,2%), 2023 (87,6%), 2024 (89,7%), 2025 (90%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 4e 25%-groep met +2,8 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +5 procentpunt, van 79 procent naar 84 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2023 en 2024 (+2,1 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep van 88,7 procent tot 91,2 procent. De breedte van 2,5 procentpunt hoort bij de schatting van 90 procent.
Bellen via internet bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 3e 25%-groep met 84,6 procent het dichtst bij 4e 25%-groep (90 procent). De afstand tot 1e 25%-groep op 78 procent bedraagt 12 procentpunt; tot 3e 25%-groep op 84,6 procent is de afstand 5,4 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 0 andere groepen boven 90 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 4e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 4e 25%-groep ligt productinformatie opzoeken op 92,8 procent, en internet op een laptop op 83,8 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 42,1 procent. Tegenover 90 procent voor ‘Bellen via internet ’ levert dat een afstand op van 47,9 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij productinformatie opzoeken komt ook voor in ‘Bellen via internet ’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 4e 25%-groep via de twee middelen samen 182,8 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 4e 25%-groep hoort bij internet op een laptop: 83,8 procent voor de groep en 73,3 procent voor alle personen samen. Bij internet thuis bedraagt dat verschil +1,4 procentpunt. Voor ‘Bellen via internet ’ is de afstand +6 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 4e 25%-groep zou je daarom een afspraakroute voor een kennismakingsgesprek apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat iemand kiezen tussen terugbellen en een geschreven vraag en volg beide routes na. De concrete tegenproef is een terugbelverzoek zonder gekozen tijdvak. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 4e 25%-groep: 90 procent bij ‘Bellen via internet ’, 92,8 procent bij productinformatie opzoeken. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




